De vorm van het glas bepaalt hoe het schuim zich houdt, hoe lang het bier koud blijft en hoeveel geur er vrijkomt.
Pils schenk je in een fluitje of vaasje, speciaalbier in een tulpglas of glas op voet, weizen in een hoog weizenglas en zwaar bier in een kleiner glas op voet. Hieronder staat per biersoort welk glas werkt en waarom, met de tapmaten erbij.

De vorm van het glas bepaalt drie dingen: hoeveel oppervlak in contact staat met de lucht, hoe de geur naar je neus wordt geleid en hoe het schuim zich houdt.
| Biersoort | Glas | Tapmaat | Tot de rand |
|---|---|---|---|
| Pils | Fluitje | 18 cl | ca. 22 cl |
| Pils | Vaasje | 20 cl | – |
| Pils, Oktoberfest | Bierpul | 20 of 40 cl | ca. 27 of 50 cl |
| Speciaalbier | Speciaalbierglas | 25 cl | 33 cl |
| Speciaalbier, tripel | Pokal of Executive | 25 cl | 34 cl |
| Weizen, witbier | Weizenglas | 32 cl | 42 cl |
Alle afmetingen per glas staan in bierglazen formaten.
Voor de meeste zaken volstaan drie: een pilsglas, een glas op voet voor speciaalbier en een weizenglas. Heb je een uitgebreide bierkaart, dan is een vierde maat voor zwaar bier zinvol. Kies bij voorkeur glazen die stapelbaar zijn of dezelfde diameter hebben, dat scheelt ruimte achter de bar.
Voor pils gebruik je een fluitje van 18 cl of een vaasje van 20 cl. Beide zijn recht en smal genoeg om de koolzuur vast te houden en het bier koud te houden. Het fluitje is de smalste van de twee en houdt het bier daardoor het langst op temperatuur. Serveer je veel pils achter elkaar, dan is het fluitje efficienter: je haalt er 5,5 uit een liter tegenover 5 vaasjes.
Speciaalbier hoort in een glas op voet met een tulpvorm, zoals een speciaalbierglas van 25 cl tapmaat of een pokalglas. De naar binnen lopende rand houdt de geur vast in het glas, waardoor je meer proeft. Een glas op voet oogt duurder en rechtvaardigt een hogere prijs op de kaart.
Een tulpglas is een glas op voet met een bolling in het midden en een rand die naar buiten wijkt. Die vorm concentreert het aroma en geeft tegelijk ruimte aan de schuimkraag. Tulpglazen worden gebruikt voor speciaalbier, abdijbier en tripel. Hoe zwaarder het bier, hoe kleiner het glas dat je kiest.
Weizen schenk je in een hoog, slank weizenglas met een tapmaat van 32 cl en een inhoud tot de rand van 42 cl. Dat extra volume boven de tapstreep is geen luxe: weizenbier schuimt fors en heeft die ruimte nodig. Het glas is 24 cm hoog en loopt naar boven toe wijder uit, waardoor de dikke schuimkraag netjes blijft staan.
Voor tripel, quadrupel en ander zwaar bier kies je een kleiner glas op voet, met een tapmaat rond 25 cl. Zwaar bier drink je langzamer, dus een klein glas houdt het bier op temperatuur tot het laatste slokje. Een pokal- of executiveglas met 25 cl tapmaat en 34 cl tot de rand werkt hier goed.
Elk glas uit het assortiment is er ook in een bedrukte uitvoering, met een ingebakken opdruk die tegen de vaatwasser kan.